Veel voorkomende kwalen

  1. Hernia
  2. Lage Rugklachten
  3. Whiplash
  4. Urine-incontinentie
  5. Pijnlijke en stijve gewrichten
  6. Pijnlijke enkels
  7. Osteoporose
  8. Luchtwegproblemen
  9. Etalagebenen
  10. Beroerte
  11. Parkinson
  12. Kinderen met Astma

Pijnlijke enkels

Aandacht voor een verstuikte enkel

Vlot herstellen en blijvende klachten voorkomen

Het gebeurt vaak in een onbewaakt moment. Op een drempel of een ongelijke stoep, tijdens het sporten, bij een ongelukkige val of landing na een sprong. Plotseling kantelt uw voet te ver naar binnen of naar buiten. Het gevolg is een verstuikte (ook wel; verzwikte) enkel. Staan is pijnlijk en lopen gaat moeilijk. Wat kunt u het beste doen om ervoor te zorgen dat de enkel zo goed mogelijk herstelt? Vanuit de jarenlange ervaring met fysiotherapiebehandelingen aan de verstuikte enkel geven we aanwijzingen voor de periode direct na de verstuiking. Ook leest u wat de fysiotherapeut, als specialist in beweging, kan betekenen bij de behandeling van langer durende (oftewel chronische) klachten en waarom het zo belangrijk is om blijvende problemen te voorkomen.

Wat is een verstuikte enkel precies?

Uw enkel wordt verstevigd door een gewrichtskapsel, pezen en meerdere enkelbanden. Deze lopen langs de binnen- en buitenkant van het gewricht. Bij een verstuiking gaat het meestal om de banden aan de buitenkant van de enkel. Wat er gebeurt, is dat de enkelbanden uitrekken waarbij kleine scheurtjes ontstaan. Zelfs de hele enkelband kan scheuren. Soms voelt u daadwerkelijk dat er iets knapt of scheurt op het moment dat u de enkel verstuikt. Er kunnen makkelijk bloedvaatjes stuk gaan waardoor de enkel dik en blauw wordt.

Chronische klachten

Er is een kans dat de klachten na een enkelbandblessure aanhouden en chronisch worden. Uw enkel blijft dan pijnlijk en instabiel, waardoor u het gevoel of de angst heeft om wéér door uw enkel te zakken of regelmatig te zwikken. En dat vergroot de kans op een nieuwe blessure. Langdurige klachten kunnen leiden tot afname van kracht en een verminderde coördinatie en - na verloop van tijd - uithoudingsvermogen. Dit zorgt voor problemen bij uw dagelijkse activiteiten. Een adequate behandeling van een enkelbandblessure is dan ook belangrijk om de kans op chronische klachten te verkleinen.

Wat kunt u zelf doen?

Als u een enkel verstuikt, begin dan zo snel mogelijk met koelen, liefst nog met de schoen aan. Daarna zijn er verschillende manieren om de zwelling te beperken.

Koelen

Koel bij voorkeur gedurende 15 tot 20 minuten met koud stromend water of met ijs. Let wel op met ijs: breng dit nooit direct op de huid aan maar bijvoorbeeld in een washandje of gewikkeld in een katoenen handdoek om te voorkomen dat de huid bevriest. Herhaal het koelen 4 tot 5 keer per dag. Uw enkel wordt dan niet zo dik en u krijgt minder pijn. Om de zwelling te verminderen, is het goed om na het koelen rondom druk op de geblesseerde enkel uit te oefenen, bijvoorbeeld met een elastisch verband of een zwachtel. Kunt u na het koelen nog steeds niet steunen op de geblesseerde enkel? Ga dan naar uw huisarts, fysiotherapeut of de eerste-hulpafdeling van een ziekenhuis.

Rust

Als uw enkel toch dik en pijnlijk is geworden, is een korte tijd rust het beste. Beperk lopen tot de ergste zwelling weg is.

Rondjes draaien

De genezing gaat sneller als u wel regelmatig uw enkel beweegt, bijvoorbeeld door rondjes te draaien met de tenen of de voet. Dit bevordert de doorbloeding, dringt de zwelling terug en voorkomt stijfheid.

Hoog leggen

Verder is het belangrijk om de voet zo vaak als mogelijk hoog te leggen. Ook dit vermindert de zwelling.

Behandeling van een verstuikte enkel

Bij een lichte tot matige verstuiking van de enkel is het vooral van belang om de zwelling en pijn te bestrijden. Meestal krijgt u een zwachtel of een elastische kous voorgeschreven.

Ernstige verstuiking

Bij een zwaardere blessure kan meer ondersteuning nodig zijn in de vorm van bijvoorbeeld tape, een brace of een spalk. Een eventuele breuk in het bot kan op advies van een arts met een röntgenfoto of scan uitgesloten worden. Bij een ernstige verstuiking kan kortdurend een gipsverband nodig zijn gevolgd door een tapeverband gedurende enkele weken of, in bijzondere situaties, een chirurgische ingreep.

Medicatie

Wanneer nodig kan een arts een ontstekingsremmend en/of pijnstillend middel voorschrijven om een eventuele ontsteking en de pijn tegen te gaan.

Hoe verloopt het herstel?

Als u een paar dagen na de ‘misstap’ weer gewoon op uw enkel kunt staan en in staat bent om te lopen, kunt u ervan uitgaan dat u een lichte verstuiking had en het herstel voorspoedig verloopt. In principe kunt u de enkel belasten tijdens de gewone dagelijkse bezigheden. In de meeste gevallen van verstuiking kunt u binnen één tot twee weken weer normaal lopen en, afhankelijk van wat voor werk u doet, weer aan de slag. Vrijwel iedereen kan zes tot acht weken na een enkelbandblessure weer normaal functioneren en na acht tot twaalf weken weer sporten.

Complicaties

Complicaties komen gelukkig weinig voor. Abnormale verschijnselen zijn erge, steeds toenemende pijn, erge stijfheid, grote instabiliteit of het gevoel dat het gewricht blokkeert. In deze gevallen kunt u beter overleggen met uw arts of uw fysiotherapeut.

Bescherming

Het is verstandig om twee tot drie weken helemaal niet te sporten en daar pas weer mee te beginnen als de pijn- en zwikklachten weg zijn. Het is aan te raden om, afhankelijk van het soort sport, dan een tijdje gebruik te maken van een zwachtel of (bij voorkeur) een brace om de enkel te beschermen. Doe echter de brace niet voor lange tijd om, want dan raakt de enkel ‘gewend’ aan deze steun. Het is de bedoeling dat u op den duur weer zonder kunt. Een fysiotherapeut kan u adviseren hoe u de enkel in uw situatie het beste kunt belasten en beschermen.

Wat kan fysiotherapie betekenen bij een verstuikte enkel?

Behandeling en begeleiding door een fysiotherapeut kunnen nodig zijn als u klachten blijft houden en uw enkel nog niet kunt belasten zoals voor de blessure. Ook met chronische klachten kunt u bij de fysiotherapeut terecht.

Advies, behandeling en begeleiding

In eerste instantie bekijkt de fysiotherapeut de aard en ernst van uw enkelbandletsel en geeft aan hoe het verwachte herstel eruit zal zien. Ook geeft de fysiotherapeut voorlichting, adviezen en oefeningen. Hij begeleidt het herstelproces en leert u, wanneer nodig, hoe u een tape, bandage of brace moet gebruiken. Als u de enkel niet kunt belasten zoals u zou willen, bijvoorbeeld voor uw werk of hobby’s, stelt de fysiotherapeut een behandel/trainingsprogramma op dat afgestemd is op uw persoonlijke situatie. Het uiteindelijke doel is dat u weer alles kunt doen met uw enkel wat u ook vóór de blessure kon, inclusief sport. Het moment dat u weer aan het werk gaat of kunt gaan sporten, al dan niet op uw oude niveau, bepaalt u meestal in overleg met de fysiotherapeut of arts.

Chronische klachten

Ook bij chronische enkelklachten geeft de fysiotherapeut u inzicht in de aard en ernst van de enkelbandblessure en het te verwachten herstel. Uiteraard zijn voorlichting, advies en oefeningen afgestemd op uw situatie. Evenals de behandeling en de begeleiding bij eventueel gebruik van tape, bandage of brace.

Hoe kunt u in de toekomst een verstuikte enkel voorkomen?

U kunt enkele voorzorgsmaatregelen nemen. Draag in de eerste plaats goed passende schoenen. U kunt uw onderbeenspieren trainen. En er is de mogelijkheid om tape of (nog beter) een brace te dragen bij met name risicovolle sporten, zoals zaal- en contactsporten. Beperk echter het gebruik ervan bijvoorbeeld tot wedstrijden. Het is af te raden om tijdens het trainen en sporten altijd een brace (of tape) te gebruiken omdat uw enkel er dan teveel ‘aan went’ en zelf onvoldoende steun biedt. Tot slot een mogelijk misverstand: het dragen van een zwachtel geeft geen bescherming tegen verstuiking.

Naar Boven

Osteoporose

Op de been blijven met osteoporose

Het belang van bewegen

Osteoporose is in feite een proces van achteruitgang van uw botten door te snelle botontkalking. Het is belangrijk om de achteruitgang van botten zoveel mogelijk te remmen. Goede voeding en beweging spelen daarbij een rol. Bij uw fysiotherapeut, de specialist in beweging, kunt u terecht voor advies en, wanneer nodig, voor behandeling en begeleiding.

Eerst een paar feiten over uw botten

Bot is levend weefsel. In ons lichaam wordt voortdurend oud bot afgebroken en nieuw bot aangemaakt. In de regel maken we tot ons vijfendertigste jaar meer bot aan dan er wordt afgebroken en kan onze ‘botmassa’ groeien. Daarna wordt de afbraak geleidelijk groter dan de opbouw. De botten verliezen hun stevigheid en structuur, waardoor ze brozer worden. Dit is tot op zekere hoogte een natuurlijk verouderingsproces waar iedereen op oudere leeftijd in meer of mindere mate mee te maken krijgt.

Wat is osteoporose?

Osteoporose betekent letterlijk: poreus bot. Het ontstaat door een te snelle afbraak of een vertraagde opbouw van bot. Bij de meeste mensen wordt osteoporose pas ontdekt als ze een bot breken. Vaak is een lichte klap of een val al genoeg voor een breuk, zo verzwakt is het bot. Zelfs tijdens dagelijkse bezigheden, zoals bukken, tillen of opstaan, kan er iets breken. De meest voorkomende breuken als gevolg van osteoporose zijn wervelbreuken, polsbreuken en gebroken heupen (bij personen ouder dan 55 jaar), maar ook andere botbreuken kunnen met osteoporose samenhangen.

Risicofactoren voor het ontstaan van osteoporose

Op elke leeftijd kan osteoporose optreden, niet alleen bij ouderen. Er kan namelijk ook met het bot zelf iets mis zijn waardoor sneller osteoporose ontstaat. Naarmate u ouder wordt, groeit de kans op osteoporose. Erfelijke aanleg kan een rol spelen. Ook bepaalde ziekten of aandoeningen, zoals te weinig geslachtshormoon of een te hard werkende schildklier, en het gebruik van bepaalde medicijnen (prednison-achtige) zijn risicofactoren. Vrouwen hebben meer kans op osteoporose, met name blanke en Aziatische vrouwen. Dit heeft te maken met de afname van oestrogenen (vrouwelijke hormonen) tijdens en na de overgang. Deze hormonen remmen namelijk de afbraak van botmassa. Ook de lichaamsbouw blijkt een rol te spelen: kleine, slanke vrouwen hebben een grotere kans op osteoporose. Roken, eenzijdige voeding, overmatig alcohol- of koffiegebruik, onvoldoende lichaamsbeweging, ondergewicht en te weinig buitenlicht zijn ook factoren die de kans op osteoporose vergroten. Deze factoren heeft u uiteraard zelf in de hand.

Wat kan fysiotherapie betekenen bij osteoporose?

Bewegen heeft een gunstig effect op uw klachten. Maar veel mensen met osteoporose zijn juist geneigd minder te bewegen. Pijn en bewegingsangst kunnen hierbij een rol spelen. Uw evenwichtsgevoel kan afnemen waardoor u een groter risico loopt om te vallen en een bot te breken. Om u toch op de juiste manier in beweging te houden en bij te dragen aan het afremmen van de te snelle botontkalking kan de fysiotherapeut een belangrijke bijdrage leveren.

Behandeling en begeleiding

Het is heel belangrijk om te weten wat uw lichaam aankan. Uw fysiotherapeut helpt u om dat te ontdekken. Onder begeleiding leert u bij de alledaagse bewegingen uw lichaam op de juiste manier te belasten. Niet te weinig, en zeker ook niet te veel. Ook doet u oefeningen onder begeleiding van de fysiotherapeut om uw evenwichtsgevoel en coördinatievermogen te verbeteren. Fysiotherapeuten hebben hiervoor speciale valpreventieprogramma’s ontwikkeld. Op die manier kunt u een val voorkomen. Het doel is dat u zich zekerder gaat voelen en dat komt uw zelfstandigheid ten goede.

Preventie en advies

Fysiotherapeuten hebben veel ervaring met patiënten die een verhoogd risico op osteoporose hebben, evenals met patiënten die botbreuken hebben opgelopen als gevolg van osteoporose. Daardoor kan de fysiotherapeut een rol spelen bij vroegtijdige signalering en preventie van osteoporose en daaraan verbonden klachten. De fysiotherapeut kan de nodige problemen voorkomen door voorlichting te geven en patiënten te begeleiden naar een verantwoord bewegingsgedrag en een actievere levensstijl.

De behandeling van osteoporose

Osteoporose kan niet genezen worden. De beste behandeling, gericht op uw individuele situatie, wordt vaak bepaald in gezamenlijk overleg met de huisarts, de fysiotherapeut en bijvoorbeeld de thuiszorg. De behandeling omvat pijnbestrijding, het voorkomen van botbreuken en verdere achteruitgang van het bot door goede voeding, voldoende zonlicht en lichaamsbeweging. Eventueel kunnen ook medicijnen voorgeschreven worden.

Pijnbestrijding

Osteoporose gaat vaak gepaard met pijn. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer acht van de tien mensen met osteoporose pijnklachten hebben, waarvan de helft zelfs dagelijks.

Voorkom botbreuken

Om een val te voorkomen kunt u diverse voorzorgsmaatregelen nemen. Zorg dat vloerkleden vastzitten, vermijd gladde vloeren in huis (bijvoorbeeld door een goede badmat in de badkamer) en zorg voor handvaten en leuningen en voldoende verlichting. Loop niet op sokken, gladde schoenen of hoge hakken. En let op bij het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen of als u last heeft van evenwichtsstoornissen of als u slecht ziet. De fysiotherapeut kan u helpen met specifieke bewegings- of valpreventieprogramma’s.

Medicatie

Een arts kan kiezen voor een behandeling met medicijnen om te proberen het botverlies te stoppen of te vertragen. Bijvoorbeeld met een hormoonbehandeling of voedingssupplementen. De effecten zijn echter beperkt of van tijdelijke aard.

Wat kunt u zelf doen aan een goede botopbouw?

Het is nooit te laat om iets tegen osteoporose te doen. Hoe jonger u ermee begint, hoe beter voor uw botten.

Bewegen

Voor de opbouw van bot is een gezonde belasting door dagelijkse lichaamsbeweging noodzakelijk. Met name bewegingen waarbij de botten het gewicht van het lichaam moeten dragen zijn goed. Denk aan wandelen, tennissen, joggen, tuinieren, schaatsen, dansen en in mindere mate fietsen en roeien. Het gaat niet om topprestaties, maar wel om regelmatig bewegen. Probeer iedere dag minstens dertig minuten lichamelijk actief te zijn, dit kan een half uur aaneengesloten, maar mag ook bijvoorbeeld zes keer vijf minuten zijn. Als u twijfelt over de lichamelijke activiteiten die u nog kunt ondernemen, vraag dan om advies en begeleiding van een fysiotherapeut. U kunt hier terecht voor een specifiek bewegingsprogramma dat aansluit bij uw mogelijkheden.

Gezond leven

Er zijn verschillende factoren die u zelf in de hand heeft. Zo kan een te laag lichaamsgewicht zorgen voor een minder goede botopbouw. Ook overmatig zout-, alcohol- en koffiegebruik en het roken van sigaretten verhogen de kans op snelle botontkalking. Voor de aanmaak van bot is calcium nodig. Calcium zit vooral in zuivelproducten, groene bladgroenten, broccoli en noten. In het algemeen zijn drie à vier porties zuivel per dag voldoende. Om calcium uit de voeding te kunnen opnemen, heeft uw lichaam ook vitamine D nodig. Ons lichaam maakt zelf vitamine D aan. Dit gebeurt in de huid onder invloed van zonlicht, daarom is het belangrijk dat u voldoende buiten komt. Verder zit vitamine D ook in (vette) zeevis, zoals haring en makreel, en in margarine, halvarine en boter.

Naar boven

Luchtwegproblemen

Luchtwegproblemen beperken door bewegen

Klachten beperken

Als u zich inspant en dat leidt tot benauwdheid en hoestbuien, is het begrijpelijk dat u lichamelijke activiteiten liever mijdt. Maar als u chronische bronchitis of longemfyseem heeft, kortweg COPD, is het extra belangrijk dat uw conditie niet in een neerwaartse spiraal terechtkomt. Als u minder beweegt, zullen klachten juist eerder optreden en uw mogelijkheden steeds verder afnemen. Dat is jammer, want uw fysiotherapeut kan u leren hoe u door beweging uw klachten zoveel mogelijk beperkt.

Leren leven met COPD

COPD is een aandoening die niet genezen kan worden. U moet ermee leren leven, net als de mensen om u heen. Dat is, zeker in het begin, heel emotioneel en levert veel onzekerheid op. Neem de klachten serieus en zorg voor een goede behandeling. Daarbij werken veelal uw huisarts, specialist, fysiotherapeut, gespecialiseerde verpleegkundige en/of thuiszorg samen. In deze folder leest u meer over wat fysiotherapie voor u kan betekenen: minder hoesten, beter ademen en verantwoord bewegen. Samen met uw fysiotherapeut, de specialist in beweging, leert u zo goed mogelijk om te gaan met COPD.

Achtergrondinformatie

Tot voor kort gold de verzamelnaam CARA voor astma, longemfyseem en chronische bronchitis. Bij alledrie is sprake van ontstekingen van de luchtwegen, maar de oorzaak en behandeling bij astma zijn dusdanig anders dat de term CARA steeds minder wordt gebruikt. Nu wordt voor chronische bronchitis en emfyseem de afkorting COPD gehanteerd.

Wat is COPD?

COPD is een langdurige ontsteking van het slijmvlies van de luchtwegen. Deze begint vaak met extra slijmvorming. Later beschadigt de ontsteking de longen. Kleine luchtwegen verliezen hierdoor op den duur hun stevigheid en de longen worden minder rekbaar. Verkoudheid, luchtweginfecties of prikkelende lucht, zoals rook, verergeren de ontsteking van het slijmvlies in de luchtwegen.

Klachten

Typerend zijn veel en moeilijk hoesten en slijm opgeven. Veel mensen schamen zich daarvoor. Ook heeft u een piepende ademhaling en wordt u snel benauwd bij inspanning. Patiënten met COPD hebben vaak luchtweginfecties, die bovendien relatief langer duren. Dit kan grote beperkingen opleveren, thuis en op het werk.

Problemen met ademhaling

Inademen gaat meestal wel, maar vooral uitademen levert het grootste probleem op. Als u zich inspant gaat u sneller ademen. Daardoor kan de druk in de borstkas te groot worden voor de kleine, minder stevig geworden luchtwegen, waardoor ze dichtklappen. De ademhaling wordt kort en oppervlakkig. Ook de zogenaamde hulpademhalingsspieren gaan meedoen om toch voldoende zuurstof binnen te krijgen. Ademen kost dan echter veel energie en u wordt snel benauwd. Bij beginnend COPD merkt u dat tijdens zwaardere lichamelijke inspanning zoals fietsen tegen de wind in of hard lopen. Als COPD verergert, wordt u al benauwd bij traplopen of stevig wandelen.

Wat is de oorzaak van COPD?

Verreweg de belangrijkste oorzaak van COPD is (mee)roken. Rook veroorzaakt een lang aanhoudende ontsteking van het slijmvlies in de luchtwegen. Langdurig werken in een omgeving met bijvoorbeeld veel steen- en metaalstofdeeltjes in de lucht kan eveneens tot een ontsteking leiden. De beschadiging van het slijmvlies verergert geleidelijk waardoor klachten vaak pas na het 40ste levensjaar merkbaar worden. Verder kunnen factoren zoals luchtverontreiniging en erfelijkheid een rol spelen.

Wat kan de fysiotherapeut voor u betekenen?

Fysiotherapie kan bijdragen aan een effectievere manier om slijm op te hoesten, een betere ademhaling en helpen om uw conditie op peil te houden.

Hoesten

Mensen met COPD hoesten veel om slijm kwijt te raken. Bij sommigen zijn de longen echter minder stevig en werkt hoesten juist averechts. De fysiotherapeut leert u een methode om zo effectief mogelijk slijm op te geven. Hierdoor komt u ook sneller van luchtweginfecties af.

Ademen

Als u moeite heeft met ademen, leert u van de fysiotherapeut een betere ademhaling die u toe kunt passen als u zich inspant. Zo houdt u activiteiten langer vol en krijgt u er ook weer meer plezier in.

Conditie

Ook kan de fysiotherapeut u deskundig begeleiden bij het verbeteren of op peil houden van uw conditie. Wellicht vindt u dit moeilijk of durft u zich niet goed in te spannen omdat u steeds benauwd wordt. De fysiotherapeut kan u uitleggen wat u juist wel en wat u beter niet kunt doen. In overleg en afgestemd op uw situatie stelt de fysiotherapeut een trainingsprogramma op ter verbetering van uw conditie. Eventueel krijgt u ook specifieke oefeningen voor bijvoorbeeld uw ademspieren en arm- of beenspieren. Uiteraard moet u voor 100% uw best doen, maar dan is het resultaat er ook naar: uw klachten zullen verminderen. Uw zelfvertrouwen groeit en u kunt daarna ook zelf meer gaan bewegen.

Blijven bewegen

Of het verbeteren van uw conditie nu weken of maanden duurt, het is noodzakelijk dat u na de behandeling zelfstandig verder gaat met de nodige beweging. Uw fysiotherapeut geeft u hierover advies. U kunt bijvoorbeeld gewoon gaan sporten bij een sportvereniging. Wanneer uw arts of fysiotherapeut dit afraadt, is er nog de mogelijkheid om te sporten (o.a. zwemmen) via het Astma Fonds. Hier kunt u op een verantwoorde manier uw conditie op peil houden, ook weer onder leiding van een fysiotherapeut. Bovendien ontmoet u mensen die leven met dezelfde beperkingen als uzelf en dat kan leerzaam, stimulerend en troostrijk zijn.

Wat kunt u zelf doen aan COPD?

Wie het snel benauwd krijgt, zal geneigd zijn zich minder in te spannen. Dat heeft echter een averechts effect. Minder bewegen verslechtert de conditie waardoor klachten eerder optreden. Werk dus aan uw conditie, beweeg verantwoord en blijf zo mogelijk sporten, al dan niet begeleid door een fysiotherapeut. En in de eerste plaats: leef een rookvrij leven.

Stoppen met roken

Voorkom verdere schade aan uw longen. Stoppen met roken is veruit de belangrijkste stap, want daardoor verergert de ziekte minder snel. Ook als u al jaren rookt, is stoppen echt zinvol. Voor ondersteuning kunt u terecht bij uw huisarts en bij Stivoro (zie www.stivoro.nl). Vermijd verder rokerige omgevingen en houd uw eigen huis uiteraard rookvrij.

Bewegen

Probeer in een zo goed mogelijke conditie te blijven. Voldoende bewegen is voor iedereen goed, maar voor mensen met COPD onmisbaar. Elke dag een stevige wandeling, fietsen of zwemmen is genoeg om uw conditie op peil te houden. Door beweging raken uw spieren getraind en hebben ze geleidelijk minder zuurstof nodig. Dit zorgt ervoor dat u minder benauwd wordt. Bovendien is beweging goed tegen de bijwerkingen van bepaalde medicijnen, zoals (inhalatie-)corticosteroïden, die kunnen leiden tot zwakkere spieren en botontkalking.

Sporten

Als u al sport, kunt u daar het beste mee doorgaan. Wilt u beginnen met sporten, bespreek dit dan met uw arts. Deze kan de toestand van uw longen bekijken, bepalen hoeveel inspanning u aankunt en stuurt u, als dat nodig is, naar de fysiotherapeut voor deskundige begeleiding. Het is belangrijk dat u gestimuleerd wordt om lichamelijke activiteiten te ondernemen.

Gezond eten

Ook een gezond gewicht is noodzakelijk om in goede conditie te komen en te blijven. Als u te zwaar of juist te licht bent of ongezond eet, verslechtert uw conditie. Eet dus gezond, houd uw gewicht in de gaten en neem maatregelen als u aankomt of afvalt.

Medicatie

Ook is het belangrijk dat u uw medicijnen gebruikt zoals voorgeschreven. Medicijnen kunnen de longen niet herstellen, maar zorgen er vaak wel voor dat u minder hoest en minder benauwd wordt. Hierdoor is het makkelijker om iets actiefs te ondernemen.

Naar boven

Etalagebenen

Verder lopen met ‘etalagebenen’

Na een stukje lopen komt pijn, kramp of vermoeidheid in uw been opzetten. Steeds moet u even stilstaan om de pijn te laten zakken. Dat kan wijzen op claudicatio intermittens, beter bekend als ‘etalagebenen’. Want wie met deze klachten in een winkelstraat loopt, lijkt steeds even stil te staan om een etalage te bekijken. Het is echter ook mogelijk dat de klachten pas merkbaar worden als u sneller gaat lopen, fietst, traploopt of op moeilijker begaanbaar terrein loopt, zoals in het bos of op het strand.

Blijf niet met klachten rondlopen

Als u denkt dat u last heeft van claudicatio intermittens, dan is het goed om uw huisarts of fysiotherapeut te raadplegen. Met een goede aanpak zullen de klachten op den duur meestal niet verder toenemen of zelfs afnemen. Kortom: u kunt er veel baat bij hebben. Als specialist in beweging kan de fysiotherapeut bepalen wat voor u de juiste aanpak is en u daarin begeleiden. Hier leest u praktische tips over hoe u zelf de conditie van uw benen kunt verbeteren.

Wat is claudicatio intermittens?

Tijdens het lopen hebben de beenspieren meer zuurstof nodig dan in rust. Die zit in uw bloed, het transportmiddel in uw lichaam. Zuurstof wordt door bloedvaten (de slagaders) aangevoerd. Als u sneller loopt of een heuvel opgaat, gebruikt u meer zuurstof. De klachten ontstaan doordat bij etalagebenen de slagaders van het been door aderverkalking vernauwd zijn. De vernauwing zorgt voor een verminderde aanvoer van bloed en dus van zuurstof naar de beenspieren. Dat zorgt voor pijnklachten tijdens het lopen, in uw voet, kuit, dijbeen of bil, afhankelijk van de plaats van de bloedvatvernauwing. Als u stilstaat, komen de spieren tot rust en kan het zuurstoftekort worden aangevuld. De klachten nemen dan weer af. Bij extra inspanning, bijvoorbeeld tempoversnelling, zullen de klachten eerder optreden omdat er dan meer zuurstof wordt gevraagd. Ook bij een lage temperatuur zijn er sneller klachten omdat de bloedvaten door de kou iets samentrekken.

Problemen en klachten

De pijn die optreedt tijdens het lopen kan uw dagelijks leven behoorlijk verstoren, zowel thuis, op uw werk, als in uw sociale contacten. Bovendien vermindert uw conditie als u door de klachten te weinig beweegt. Als de aandoening langer bestaat kunt u ook last krijgen van koude voeten, het ontbreken van een onderhuidse vetlaag of verdikte teennagels. Wondjes aan voet of been genezen minder goed en gaan soms zweren.

Risicofactoren voor het ontstaan van etalagebenen

Wat voor hart- en vaatziekten in het algemeen geldt, gaat ook op voor ‘etalagebenen’. Roken is de grootste risicofactor. Wie een hoge bloeddruk, een te hoog cholesterolgehalte in het bloed of suikerziekte heeft, kan eerder etalagebenen krijgen. Ook overgewicht en te weinig beweging zijn risicofactoren. Soms ‘zit het in de familie’ en kunt u er weinig aan doen. Meerdere risicofactoren versterken elkaar.

Wat kan fysiotherapie voor u betekenen?

Door de pijn bent u geneigd minder te bewegen waardoor de klachten alleen maar verergeren. De fysiotherapeut helpt u om in beweging te blijven en de problemen door etalagebenen te verminderen in uw dagelijkse leven. Samen streeft u naar een zo groot mogelijke zelfstandigheid.

Looptraining

Doordat lopen pijn gaat doen, gaan veel mensen met etalagebenen op een andere, geforceerde manier lopen. Dit is bedoeld om klachten te vermijden, maar kost veel energie en is op den duur juist hinderlijk. Looptraining onder begeleiding van de fysiotherapeut blijkt daarom heel effectief te zijn. Onder deskundige begeleiding leert u de coördinatie verbeteren en u kunt steeds verder lopen zonder pijn.

Specifieke vaardigheden

Heeft u problemen met specifieke vaardigheden zoals traplopen? Deze kunt u dan gericht trainen onder begeleiding van een fysiotherapeut. Advies. Het geven van de juiste informatie en goede voorlichting is een essentieel onderdeel van de fysiotherapeutische behandeling van etalagebenen. Om blijvend resultaat te boeken, is immers vaak een verandering van uw gedrag nodig.

Duurzaam resultaat

De fysiotherapeut leert u hoe u zelfstandig blijvend uw klachten onder controle kunt houden. Hiervoor heeft de fysiotherapeut, naast de behandeling, een activeringsprogramma. Dit stimuleert u om na afloop van de therapie te blijven bewegen en de gezonde leefgewoonten voort te zetten. En dat gaat makkelijker als u plezier heeft in de activiteiten en (eventueel) als u ze in groepsverband doet. De fysiotherapeut adviseert dan ook bewegingsactiviteiten die bij u passen.

Wat kunt u zelf doen?

De klachten zijn vervelend, maar hoeven geen ernstige gevolgen te hebben. Het is vooral belangrijk om tijdig actie te ondernemen. Een belangrijk deel van de behandeling heeft u in eigen hand. Stoppen met roken, de juiste hoeveelheid beweging en eventueel afvallen zijn de belangrijkste aandachtspunten. Verder is een goede voetverzorging belangrijk om te voorkomen dat de slechte bloedtoevoer leidt tot slecht genezende wondjes of zweren, met name als u suikerziekte heeft. Probeer daarom wondjes, bijvoorbeeld bij het knippen van de nagels, te voorkomen.

Stoppen met roken

Roken schaadt de conditie van de bloedvaten ernstig. Daarom is het advies: stoppen. De klachten nemen dan niet verder toe en vaak worden ze zelfs minder. Voor ondersteuning bij het stoppen met roken kunt u terecht bij uw huisarts of Stivoro (zie www.stivoro.nl).

Wandelen

Het is belangrijk om te blijven bewegen, ook al krijgt u er pijn door. Door elke dag te wandelen verbetert de bloedtoevoer in de benen. Geleidelijk kunt u steeds langer zonder klachten lopen. Het is belangrijk om het wandeltempo zo te kiezen dat de klachten ook daadwerkelijk optreden. Als u niet wandelt, zult u sneller klachten krijgen. Bent u onzeker over uw mogelijkheden, vraag dan bij uw fysiotherapeut advies en begeleiding om op een verantwoorde manier te bewegen.

Wandeladvies

Zorg dat uw wandeltempo hoog genoeg is om de klachten op te roepen. Wandel tot de klachten optreden. Rust uit tot de klachten verdwenen zijn. Herhaal deze oefening enkele malen gedurende 15 tot 30 minuten. Doe de wandeloefeningen 3 keer per dag. Afvallen en goede voeding Als u last heeft van overgewicht, probeer dan af te vallen door op calorieën te letten, vetarm te eten en meer te bewegen. Als u minder zwaar bent, hoeven uw spieren zich minder in te spannen, hebben ze minder zuurstof nodig en kunt u langer probleemloos wandelen.

De behandeling van etalagebenen

De behandeling is erop gericht om problemen door de klachten te beperken en de risicofactoren voor aderverkalking te verminderen. Sommige patiënten hebben genoeg aan het wandeladvies. Er is echter ook een groep patiënten die intensievere begeleiding door een fysiotherapeut nodig heeft. Soms is zelfs een ingreep in het ziekenhuis (dotter of bypass) nodig om de vernauwing van het bloedvat op te heffen. Ook na zo’n operatie kan een fysiotherapeutisch onderzoek gewenst zijn. Dan wordt vooral uw manier van lopen bekeken waarna mogelijk een fysiotherapeutische behandeling volgt.

Medicatie

Er kunnen medicijnen worden gebruikt om de risicofactoren voor hart- en vaatziekten, zoals hoge bloeddruk, hoog cholesterol en suikerziekte, te beïnvloeden. De medicijnen die momenteel beschikbaar zijn bij etalagebenen zijn geen vervanging voor looptraining, stoppen met roken of een chirurgische ingreep.
Naar Boven

Beroerte

Omgaan met de gevolgen van een beroerte

Een ongelukje in een bloedvat in de hersenen met grote gevolgen. Dat is een beroerte. Elk jaar overkomt het ongeveer 30.000 Nederlanders. Een beroerte is in ons land de belangrijkste oorzaak van invaliditeit. De gevolgen van een beroerte zijn deels lichamelijk van aard: problemen met lopen, een arm die ‘niet meewerkt’, moeite met praten. Daarnaast kan een beroerte ook voor psychosociale problemen zorgen, wat merkbaar is in uw gedachten, gedrag of karakterveranderingen. Na de eerste zorg direct na de beroerte, begint voor de meeste patiënten een periode van revalideren. Daarbij werken vele zorgverleners samen. Hier leest u specifiek over wat fysiotherapie voor u kan betekenen. In de eerste dagen na een beroerte, in de revalidatieperiode en ook op langere termijn. Ook als u al enige tijd geleden een beroerte heeft gehad, is deze informatie interessant voor u. De fysiotherapeut kan vooral helpen om de lichamelijke problemen te verminderen. Door zijn/haar begeleiding, advies en oefeningen leert u daarnaast om te gaan met uw beperkingen. Verder kan de fysiotherapeut ook de mensen in uw directe omgeving adviseren.

Wat is een beroerte (CVA) precies?

De medische term voor een beroerte is CVA, wat staat voor ‘cerebro vasculair accident’. Letterlijk betekent dit: een ongeluk in de bloedvaten van de hersenen. Daarbij beschadigt het hersenweefsel. In de meeste gevallen (80%) gebeurt dat door de afsluiting van een bloedvat, maar het kan ook door een bloeding komen (20%).

Gevolgen

De gevolgen van een beroerte verschillen van patiënt tot patiënt. Vaak is een beroerte ingrijpend en de problemen zijn veelal blijvend van aard. Merkbaar zijn de lichamelijke beperkingen. U loopt bijvoorbeeld minder goed, heeft problemen met praten of kunt een arm niet meer goed gebruiken. Minder in het oog springend zijn veranderingen in het waarnemen, gedrag en vermogen om problemen op te lossen. Ook dat kunnen gevolgen zijn van een beroerte.

Omvang van problemen

De problemen die u ondervindt, zijn afhankelijk van welk deel van de hersenen beschadigd is. Een beroerte in de ene hersenhelft zorgt vaak voor een verlamming van de tegenovergestelde kant van het lichaam. Dus een beroerte in de rechter hersenhelft zorgt voor verlamming aan de linkerkant van uw lichaam en omgekeerd. Daarnaast hangt de ernst van de gevolgen af van de hoeveelheid weefsel die in de hersenen is beschadigd. Hoe meer hersencellen zijn beschadigd, hoe meer klachten dat met zich meebrengt. Een beschadiging hoeft overigens lang niet altijd tot verlammingsverschijnselen te leiden, maar kan ook zorgen voor andere stoornissen, zoals hiervoor genoemd is.

De behandeling van CVA

Het merendeel van de mensen die een beroerte krijgen, wordt direct opgenomen in een ziekenhuis, bij voorkeur met een stroke-unit. Dit is een gespecialiseerde afdeling waar acute zorg gegeven wordt aan patiënten met een beroerte. ‘Stroke’ is de Engelse benaming voor beroerte. Ruim de helft van de patiënten kan na een aantal dagen of weken weer naar huis. Als dat nog niet mogelijk is, volgt overplaatsing naar een revalidatiecentrum of een verpleeghuis.

Revalidatie

Het merendeel van de patiënten, thuis of in een instelling, gaat een periode van (poli)klinische revalidatie tegemoet. Uzelf maar ook uw partner of familieleden zullen met de gevolgen van een beroerte moeten leren omgaan. Daarbij krijgt u met verschillende zorgverleners te maken. Er wordt intensief samengewerkt tussen ziekenhuizen (al dan niet met eigen stroke unit), revalidatiecentra, verpleeghuizen en fysiotherapiepraktijken. Dit wordt een CVA-zorgketen genoemd.

Teamwerk

Revalideren is teamwerk. Het wordt ook wel multidisciplinair behandelen genoemd. Dat wil zeggen: elke hulpverlener met een eigen werkgebied levert een specifieke bijdrage aan het revalidatieproces. Het multidisciplinaire team bestaat onder meer uit een (revalidatie)arts, (verpleeg)huisarts, een ergotherapeut, een logopedist, een (neuro-)psycholoog, een maatschappelijk werker, een (wijk)verpleegkundige en een fysiotherapeut. De behandeling van het multidisciplinaire team richt zich in de eerste maanden na een beroerte op het voorkomen of verminderen van lichamelijke en psychosociale problemen. Uiteraard is de onderlinge afstemming in de zorgketen een belangrijke voorwaarde voor een effectief revalidatieproces.

Wat kan fysiotherapie voor u betekenen?

De fysiotherapeut draagt op verschillende manieren bij aan het welzijn en herstel van patiënten met een beroerte. Dat begint het liefst zo snel mogelijk nadat de diagnose ‘beroerte’ door de neuroloog is gesteld. Daarna begint voor de meeste patiënten de revalidatiefase waar fysiotherapie deel van uitmaakt. Ook op langere termijn helpt de fysiotherapeut, als specialist in beweging, u bij het herstel en het verbeteren van uw mogelijkheden. Voor specifieke deskundigheid kunt u verwezen worden naar een geriatriefysiotherapeut.

De eerste dagen

Het is goed om na een beroerte zo snel mogelijk weer uit bed te komen, bij voorkeur binnen drie dagen. Daar helpt uw fysiotherapeut u bij. Snel weer in beweging komen heeft een positieve invloed op het herstel. Ook vermindert daardoor de kans op complicaties zoals luchtweginfecties en doorliggen. Soms kan een patiënt niet actief oefenen of is een dergelijke inspanning nog niet gewenst. Ook is het mogelijk dat er nog geen zekerheid is over de precieze diagnose. In deze fase zal de fysiotherapeut de behandeling bij uw bed geven. Hij/zij kan dan adviseren over wat voor u de meest comfortabele lighouding is. Aan de verpleging kan de fysiotherapeut hierover instructies geven. Soms kan de behandeling bestaan uit hulp bij het bewegen van uw armen en benen, ademhalingsoefeningen en/of het zelf weer leren omdraaien in bed.

De revalidatiefase

Wanneer u uit bed mag, zal de fysiotherapeut zo mogelijk dagelijks oefeningen geven. Daarbij gaat het vooral om bewegingen zoals het weer leren opstaan en gaan zitten, staan en zich verplaatsen. Daarnaast kan de fysiotherapeut een verlamde arm of een pijnlijke schouder behandelen. Belangrijk is dat u ook zelf al in een vroeg stadium aan de fysiotherapeut laat weten wat u wilt bereiken met de therapie. Het uiteindelijke doel van de fysiotherapie is doorgaans dat u leert om allerlei dagelijkse activiteiten weer zelf te doen. In hoeverre dit ook lukt, is vaak moeilijk te voorspellen, zeker wanneer de beroerte nog niet zo lang geleden heeft plaatsgevonden. Wel staat vast dat intensief oefenen noodzakelijk is, soms meerdere keren per dag. Het is zelfs denkbaar dat u als gevolg van een beroerte weer opnieuw moet leren lopen. Om het oefenen te vergemakkelijken wordt vaak gebruik gemaakt van een hulpmiddel zoals een looprek, een wandelstok of een beugel ter ondersteuning van bijvoorbeeld de voet. Uw fysiotherapeut leert u dan hoe u goed gebruik maakt van deze hulpmiddelen.

Een half jaar na de beroerte

Ongeveer een half jaar na een beroerte wordt pas echt duidelijk met welke beperkingen u moet leren omgaan. Verder herstel is dan overigens nog goed mogelijk. Dit hangt onder andere af van uw motivatie om oefeningen te blijven doen. Het is belangrijk dat u zich realiseert dat niet regelmatig oefenen tot een terugval kan leiden. Met oefeningen onderhoudt u de vaardigheden die u geleerd heeft en blijft uw conditie op peil. Fysiotherapie zal meestal plaatsvinden op een poliklinische afdeling, in een fysiotherapiepraktijk of bij u thuis. Mogelijk verblijft u in een verpleeghuis, al dan niet met eigen fysiotherapeut. U leert hoe u zo goed mogelijk met de blijvende beperkingen kunt omgaan. Ook helpt fysiotherapie u om uw fysieke conditie te onderhouden. Daarnaast ondersteunt en adviseert de fysiotherapeut andere hulpverleners, die direct betrokken zijn bij de zorgverlening aan u. Het accent van de fysiotherapie zal gaandeweg vooral gericht zijn op het hervatten van uw dagelijkse activiteiten, zoals werk, hobby’s en sport. Het is goed als u zelf aangeeft wat u wilt bereiken. Dan kan de fysiotherapeut de behandeling, adviezen en begeleiding daar op afstemmen.
Naar boven

 
Copyright © 2008.De Boombosch - Twello.All Rights Reserved.