NieuwsVerandering Chronische Indicatie 2012 Locatie Twello Locatie Terwolde Locatie Voorst Locatie Wilp
|
Veel voorkomende kwalen
HerniaWeer op de been na een herniaoperatieAdviezen voor een goed herstel in de eerste weken na de ingreep extra aandacht voor uw houding; uw herniaoperatie is achter de rug. En natuurlijk wilt u het alledaagse leven weer snel oppakken. Het kost echter tijd om volledig van de ingreep te herstellen. Uw lichamelijke conditie, leeftijd en eventueel eerdere operaties aan uw wervelkolom of bewegingsapparaat zijn uiteraard van invloed op uw herstel. Maar het is zeker belangrijk om, vooral in de eerste zes weken, te letten op uw houding en de bewegingen die u maakt. Bij een microherniaoperatie kan een aantal activiteiten eerder worden opgepakt dan bij een standaardherniaoperatie. Fietsen, zwemmen en autorijden kan doorgaans na twee of drie weken weer hervat worden. Hier leest u waar u extra op moet letten bij gewone zaken zoals zitten, tillen, of het huishouden. Veel aanwijzingen zijn erg logisch, maar juist daarom vergeet u ze ook gemakkelijk terwijl ze zo belangrijk zijn voor een goed herstel. Lees deze informatie daarom goed door en aarzel niet om uw fysiotherapeut om verduidelijking te vragen. In overleg met uw specialist of fysiotherapeut kunt u de aanwijzingen eventueel meer toespitsen op uw persoonlijke situatie. We wensen u een spoedig herstel toe en zo min mogelijk ongemak.Algemene adviezenIn de herstelperiode is het belangrijker dan ooit om de signalen van uw lichaam serieus te nemen. In de eerste vier tot zes weken is pijn in uw rug een goede graadmeter voor wat u wél kunt en wanneer u teveel van uw lichaam vraagt. Neem de eerste vier tot zes weken regelmatig rust door te gaan liggen. Wissel activiteiten zoals lopen, staan en zitten af. Voer uw algemene conditie stapsgewijs op door wandelen of fietsen op een hometrainer. Na vier tot zes weken kunt u buiten een stukje gaan fietsen of gaan zwemmen. Korte afstanden kunt u het beste lopend afleggen. Blijf niet langere tijd in dezelfde houding voorover, gebogen of gedraaid zitten. Het is goed om uw houding regelmatig af te wisselen. Sex hoeft niet gemeden te worden. Vermijd wel houdingen die niet prettig aanvoelen.ZittenZitten is belastend voor uw rug. Houd daarom een goede zithouding aan. Dat is het makkelijkst op een stoel met een hoge, licht achterover hellende rugleuning en met steun in de lendenen. De stoel moet hoog genoeg zijn om recht te kunnen zitten met de voeten bij de grond. Een tuinstoel die verstelbaar is voldoet meestal goed. Probeer ontspannen te zitten zonder onderuit te zakken: u kunt de onderrug eventueel ondersteunen met een kussen. Blijf in de eerste vier tot zes weken niet langer dan 20 minuten achter elkaar zitten. Ga regelmatig even lopen.VervoerU kunt gedurende de eerste vier tot zes weken als passagier mee in de auto, al is het niet ideaal. Een ritje van een half uur is het maximum. Ga in elk geval niet zelf achter het stuur zitten. Instappen in de auto vereist een aparte techniek. Verlicht de druk op uw rug en steun zoveel mogelijk op uw armen terwijl u recht naar achter gaat zitten. U zit dan als het ware zijwaarts op de autostoel, met uw benen buitenboord. Draai daarna uw romp en benen als één geheel naar binnen, houd hierbij uw benen tegen elkaar. Met het openbaar vervoer reizen zit er de eerste zes weken niet in. Wachten op tram, trein of bus en zitten op de veelal krappe stoelen en banken is niet weggelegd voor iemand die net een herniaoperatie heeft ondergaan. Laat de fiets nog even staan. Wel is het in de eerste vier tot zes weken goed om aan uw conditie te werken op een hometrainer. Let op dat u rechtop zit.TillenTil geen dingen op voordat u met uw fysiotherapeut de juiste techniek heeft doorgenomen. Zeker nu komt het aan op verstandig tillen. In de eerste vier tot zes weken kunt u alleen voorwerpen tot één à anderhalve kilo tillen. Ongeveer een pak suiker dus, niet meer. Geleidelijk aan kunt u het gewicht opvoeren. Tilt u vaak, meer dan een paar keer per uur, ga dan niet verder dan 15 kilo. Tilt u maar een paar keer per dag, houd dan de grens van maximaal 25 kilo aan, ook al is uw rug volledig hersteld.Algemene aandachtspunten bij bukken en tillen:Til rustig. Til de last zo dicht mogelijk bij het lichaam. Til niet boven schouderhoogte. Vermijd een maximaal voorovergebogen houding van de romp. Vermijd draaien en zijwaarts buigen van de romp. Til met twee handen. Voorwerpen oppakken Pak alleen met steun van een goed verankerd voorwerp iets op. Doe dit vanuit de benen met gestrekte rug. Let op dat u daarbij niet naar voren, zijwaarts of naar achteren reikt. Houd de schouders boven de heupen zodat uw rug recht blijft en houd uw arm naast uw lichaam. Een last ver van uw lichaam oppakken is slecht voor uw rug.HuishoudenDe eerste vier tot zes weken bent u nog niet klaar voor huishoudelijke activiteiten. Stofzuigen, bedden verschonen, dweilen, ramen lappen, laat ’t allemaal aan anderen over. Na de herstelperiode kunt u weer rustig beginnen met lichte huishoudelijke activiteiten, maar met aandacht voor houding en bewegingen. Van uw fysiotherapeut leert u de juiste technieken om uw rug minder te belasten.ZwemmenNa vier tot zes weken kunt u zelfstandig gaan zwemmen. Begin rustig aan en bouw geleidelijk op. Rugzwemmen is over het algemeen minder belastend dan borstzwemmen. Vlinderslag wordt afgeraden.SportenTot de eerste poliklinische controle bij de specialist mag u niet sporten. In het vervolgtraject van de revalidatie kunt u in overleg met de fysiotherapeut met sportactiviteiten beginnen.WerkTot de eerste poliklinische controle bij de specialist mag u niet werken. Bij de eerste controle, doorgaans zes weken na de operatie, overlegt u met de specialist en de bedrijfsarts over wanneer en hoe u weer aan het werk kunt gaan.PijnmedicatieEen onderdeel van het genezingsproces kan pijnmedicatie zijn. Dit gebeurt alleen in overleg met de arts.Heeft u nog vragen?Bespreek gerust al uw vragen met uw fysiotherapeut. Ook als u onzeker bent of u bepaalde activiteiten wel of niet kunt doen. Neem de tijd voor uw herstel, en probeer zo bewust mogelijk om te gaan met houding en bewegingen. Uw lichaam is belangrijkNaar BovenLage RugklachtenMinder last van uw rugRugklachten zelf onder controle Pijn in uw rug is lastig en vervelend. Om vele redenen. Uw humeur kan eronder lijden, het huishouden, uw werk. In sporten, winkelen, uitgaan of tuinieren heeft u gewoon minder zin. Langdurige rugpijn beïnvloedt uw dagelijkse leven op een onprettige manier. Nu is het geruststellend om te weten dat rugpijn meestal vanzelf weer over gaat. Maar zeker als u er langere tijd last van heeft, is het goed om te weten wat u er zelf aan kunt doen. Want weliswaar zorgt een fysiotherapeut voor de nodige behandeling, op termijn heeft u zelf de sleutel in handen voor het verminderen van uw klachten. Daarbij kunt u wel weer rekenen op begeleiding en advies van uw fysiotherapeut.Een wondermiddel tegen rugpijn bestaat nietGeen enkele huisarts of fysiotherapeut kan beloven dat hij of zij u wel ‘even’ beter maakt. Maar om van uw rugpijn af te komen, kunt u heel veel zelf doen. Met onze kennis van het dagelijks bewegen hebben we een aantal gerichte aanwijzingen verzameld. Zodat u ook zelf kunt werken aan het verminderen van rugpijn en het voorkomen van nieuwe rugklachten.Wat is lage rugpijn precies?Lage rugpijn heet ook wel spit of lumbago. Patiënten met lage rugpijn hebben pijn onder in de rug. De pijn kan ook uitstralen naar de bil of het been. Vooral lang staan of zitten, maar ook bewegen, kan flink pijn doen. Lage rugpijn komt veel voor. Vier van de vijf mensen hebben wel eens last van hun rug. Sommigen krijgen het maar één keer, bij anderen komt het geregeld terug, maar dat betekent niet dat het dan ernstig is. Waar de rugpijn vandaan komt, is bij de meeste mensen lastig aan te geven. Zelfs bij erge pijn in uw rug is er meestal toch geen sprake van een ziekte of blijvende schade. Zeker is dat rugpijn bij de meeste mensen te maken heeft met de spieren, banden en gewrichten in de rug. Deze werken dan even niet zoals zou moeten. Ze zijn, simpel gezegd, ‘uit vorm’ of ‘uit balans’. Er is echter geen reden tot pessimisme. Rugpijn heeft een goede prognose, dat wil zeggen: de kans is groot dat de klachten verdwijnen.Risico’s voor uw rugEr is een aantal risicofactoren bekend die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van lage rugklachten. Een aantal van deze factoren komt vaker terug, bijvoorbeeld: veel tillen in combinatie met draaiende bewegingen (met name met gestrekte benen/knieën); lang in één houding blijven zitten of staan (op het werk, thuis); repeterend werk doen; plotselinge hevige inspanningen verrichten; blootgesteld zijn aan veel trillingen; overgewicht; roken. Probeer gewoon te blijven bewegen. Het lijkt soms onlogisch, maar de beste manier om ervoor te zorgen dat de spieren van uw rug weer in vorm komen, is door beweging. Onderzoek heeft aangetoond dat niet bewegen of het vermijden van bewegingen uw rug meer kwaad doet dan goed. Het is belangrijk om zo gewoon mogelijk te blijven bewegen. Dan bent u eerder van uw klachten af. Probeer om door te gaan met uw dagelijkse activiteiten en taken, ook al heeft u pijn. Zonder uiteraard te overdrijven. Bijvoorbeeld zwaar huishoudelijk werk, zwaar tillen en lang in één houding staan of zitten, dat kunt u beter tijdelijk vermijden. Na enkele dagen tot een week kunt u proberen om uw rug weer wat meer te belasten. Bouw het geleidelijk op, dat is de enige juiste manier. Als u niet zeker weet waar u aan toe bent, vraag dan gerust uw fysiotherapeut om advies. Het is verkeerd om veel te doen op de dagen dat u weinig pijn heeft en weinig op de dagen dat u veel rugpijn heeft. Het motto is dus: blijf bewegen, maar forceer niet! Ga maar eens na welke bewegingen u allemaal maakt in de dagelijkse routine en pas uw manier van doen waar nodig aan. Vaak beweegt u zich te weinig, dus probeer dat meer te doen. Neem voldoende momenten om te ontspannen. En wissel van houding of loop af en toe een stukje, dat is goed voor uw rug.Omgaan met een acute aanval van rugpijnOok al heeft u momenten met veel rugpijn, bedenk dat deze meestal niet wordt veroorzaakt door een ernstige ziekte. Eventueel kunt u pijnstillers (zoals paracetamol) nemen. Het is verstandig om ze in te nemen op vaste tijdstippen, bijvoorbeeld om de 4 tot 6 uur. Bouw het gebruik ervan langzaam af en stop niet opeens helemaal met pijnstillers. Bedrust is meestal niet nodig, maar soms kan het gewoon niet anders. In elk geval adviseren we om hooguit twee dagen in bed te blijven. Anders wordt uw rug stijf en raken uw spieren ontwend aan beweging en inspanning. Begin binnen enkele dagen tot een week weer geleidelijk uw normale activiteiten op te bouwen.TillenSta er even bij stil hoe u gaat tillen en ken uw eigen kracht. Til en/of draag de dingen dicht tegen uw lichaam aan. Zak door uw knieën (in plaats van voorover te bukken) voordat u iets optilt. En voorkom dat u met uw rug draait terwijl u iets zwaars in handen heeft.HoudingUiteraard is een goede houding belangrijk. Loop en zit zoveel mogelijk rechtop. Wisselen van houding is gezond. Sterker nog, als u de hele dag op dezelfde manier zit of staat krijgt u eerder problemen.ZittenGebruik een rechte stoel die goed steun geeft in uw onderrug. Vermijd het zitten op lage en zachte stoelen. Wanneer u lang achter elkaar moet zitten, probeer dan regelmatig te wisselen van houding, en waar mogelijk elke 20 tot 30 minuten even op te staan en te bewegen. Ga ook na of uw werkoppervlak een comfortabele hoogte heeft.StaanAls u lange tijd achter elkaar moet staan, probeer dan regelmatig te wisselen van houding en waar mogelijk elke 20 tot 30 minuten toch even te zitten.WerkWanneer u zich ziek meldt op uw werk, houd dan contact met uw werkgever en uw collega’s. Eventueel kunt u proberen om een deel van de dag weer aan het werk te gaan. Zo blijft u toch betrokken. Naarmate u langer thuiszit, wordt het moeilijker om uw werk weer op te pakken. Ook groeit de kans op langdurig werkverzuim.In conditie blijvenWie fit blijft, loopt minder risico dat de rugpijn weer terugkomt. Daar kunt u aan werken door regelmatig te bewegen, bijvoorbeeld door te wandelen, zwemmen of fietsen. Doe vooral wat u leuk vindt, want dan gaat u er makkelijker op termijn mee door. En dat is voor uw rug natuurlijk het beste.OntspannenBij een goede conditie hoort ook ontspanning. Stress zorgt voor een gespannen houding en dit vergroot de kans op rugpijn.Wat kan de fysiotherapeut voor u betekenen?De behandeling is voornamelijk gericht op het geven van informatie en adviezen, oefenen en bewegen. Bij acute klachten zullen specifieke rugoefeningen de pijn niet zo snel doen verdwijnen, maar ze kunnen er wel voor zorgen dat u zich beter voelt. Bij chronische/langdurige klachten leveren specifieke oefeningen aantoonbaar positieve resultaten op. Daarnaast krijgt u algemene informatie, adviezen en oefeningen gericht op uw houding en uw dagelijkse activiteiten. Verder krijgt u specifieke informatie en oefeningen voor die problemen die u tijdens het bewegen ervaart. Daar heeft u op termijn het meeste aan. De fysiotherapeut is vooral uw persoonlijke coach die helpt bij het herstel van uw klachten en bij het oppakken van uw dagelijkse activiteiten. U wordt zo begeleid dat u bij eventuele nieuwe rugklachten zelf weet wat u het beste kunt doen. Welke bewegingen wel goed gaan, wat u beter kunt vermijden, kortom, u leert te leven met uw rug.Naar bovenWhiplashWat is wijsheid bij een whiplash?Wat te doen bij whiplashklachten?Een aanrijding met de auto, een ongelukkige duik in ondiep water, tijdens het sporten; op verschillende manieren kan iemand een whiplash oplopen. In elk geval heeft uw hoofd een flinke ‘zwiepende’ beweging gemaakt ten opzichte van uw romp. Lang niet iedereen houdt daar klachten aan over, een aantal mensen ondervindt er in het dagelijks leven echter de nodige hinder van. De klachten kunnen direct na het ongeluk gekomen zijn, of pas een dag of twee erna. Het is niet helemaal duidelijk waar de klachten precies vandaan komen. En dat maakt het lastig om aan te geven hoe snel u er weer vanaf bent. Eén ding is zeker: u kunt er zelf het nodige aan doen. Door gedoseerd en met beleid te bewegen draagt u bij aan vermindering van de klachten en voorkomt u dat ze langdurig aanhouden en chronisch worden. Over het algemeen verloopt het herstel bij een whiplash voorspoedig. Hier leest u welke bewegingen u juist wel kunt maken en met welke u beter kunt oppassen. Als specialist in beweging helpt de fysiotherapeut u op weg met advies, behandeling en begeleiding.Wat is een whiplash precies?De letterlijke vertaling van whiplash is ‘zweepslag’. Het hoofd heeft een plotselinge beweging naar achteren en naar voren gemaakt ten opzichte van de romp. Daarbij zijn de spieren en de banden in de nek iets uitgerekt. De nek voelt vaak stijf en pijnlijk aan en bewegen kan pijn doen.Geen schade aan de nekDe spieren en banden in de nek zijn echter sterk. Na een whiplash is er meestal geen aantoonbare schade aan spieren, botten, banden of zenuwen. Er is niets ‘kapot’ in uw nek of schouder. Waar de klachten dan wél vandaan komen, is tot nu toe niet helemaal duidelijk. De algemene aanname is dat de nek door de krachten van het ongeluk is overbelast en daardoor tijdelijk is ontregeld.Welke klachten kunnen optreden bij whiplash?Per jaar wordt het aantal nieuwe whiplashpatiënten geschat op 15.000 tot 30.000. Niet iedereen heeft op dezelfde manier last van een whiplash. Klachten die voor kúnnen komen zijn: pijn en stijfheid in de nek, hoofdpijn, pijn in de arm en schouder, duizeligheid. Ook concentratieproblemen, vermoeidheid, angst, niet goed tegen licht of geluid kunnen, depressieachtige verschijnselen, rugpijn en slaapproblemen kunnen voor komen. Wanneer de klachten ontstaan, verschilt ook per persoon. Een whiplash kan meteen na het ongeluk klachten geven. Maar ze kunnen zich ook pas enige uren tot twee dagen ná het ongeval voordoen. Dit hoort bij het gewone beeld van een whiplash en is niets om u zorgen over te maken.Vooruitzicht op herstelHet herstel na een whiplash verloopt meestal voorspoedig. Binnen zes weken na het ongeluk is meer dan de helft van de mensen weer aan het werk en na een jaar vrijwel iedereen. De grote meerderheid heeft geen blijvende hinder van zijn whiplash. Het herstel gaat over het algemeen langzamer bij ouderen, bij vrouwen en mensen met veel hoofdpijn. Ook als bij u meteen na het ongeluk nekpijnklachten zijn ontstaan, of als u last heeft van tintelingen in de arm/hand, zal het herstel langer duren, zo leert de praktijk.Direct na het ongeluk: gedoseerd bewegenDe beste manier om uw nek weer ‘geregeld’ te krijgen, is door gedoseerd te bewegen. U doet er goed aan de eerste dagen na het ongeluk regelmatig uw nek naar alle kanten te bewegen tot het punt waarop dat pijn gaat doen. Het is geen probleem om de eerste dagen na het ongeval (in overleg met uw huisarts) pijnstillers, zoals paracetamol, te gebruiken. Dit zorgt ervoor dat u makkelijker beweegt en beter slaapt. Wanneer u ervoor kiest om pijnstillers te gebruiken, dan is het verstandig om ze in te nemen op vaste tijdstippen. Bouw het gebruik ervan langzaam af. Na vier dagen:geleidelijk méér doen Vanaf vier dagen na het ongeluk kunt u uw activiteiten langzaam uitbreiden. Doe de eerste drie weken rustig aan en overdrijf niet. Maar bedenk dat bewegen herstellend werkt en rusten niet. Onderzoek heeft aangetoond dat bewegen en het stapsgewijs opbouwen van activiteiten beter is dan rust houden of een halskraag dragen. Uw fysiotherapeut kan samen met u bepalen waarmee u kunt beginnen en hoe u geleidelijk uw activiteiten kunt uitbreiden.Praktische adviezen voor de eerste drie wekenUit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat bij mensen met een whiplash hun klachten verminderen als ze hun gewone dagelijkse activiteiten uitvoeren. Een paar praktische adviezen om u daarbij te helpen: Beweeg uw nek regelmatig (om de één à twee uur) zover u kunt zonder dat het pijn doet. Kijk in een rustig tempo ongeveer tien keer afwisselend over uw linker en rechter schouder, kijk vervolgens ongeveer tien keer afwisselend onder uw linker en rechter oksel. Zit rechtop, laat uw hoofd niet hangen. Wissel regelmatig (om de 15 tot 20 minuten) van houding. Vermijd zware activiteiten voor uw nek. Dit zijn activiteiten waarbij uw nek wat langer in één houding wordt belast, zoals bij autorijden, computeren, strijken, ramen wassen en fietsen. Of waarbij u uw hoofd maximaal achterover houdt, zoals bij het schilderen van het plafond of wanneer u bij de kapper uw haar laat wassen. Zit rechtop, laat uw hoofd niet hangen. Wissel regelmatig (om de 15 tot 20 minuten) van houding. Probeer zo normaal mogelijk door te gaan met uw dagelijkse activiteiten. Ook met activiteiten zoals wandelen en fietsen kunt u doorgaan. Doet u het alleen wat korter dan u gewend bent en neem regelmatig een pauze.Geen halskraagEen halskraag dragen wordt niet aangeraden, omdat de spieren en banden van uw nek hierdoor slapper worden. Heeft u een halskraag gekregen, draag deze dan niet te lang. Eventueel kunt u in het begin de halskraag dragen bij activiteiten die zwaar zijn voor uw nek. Het is verstandig als u probeert het dragen van de halskraag ook bij deze ‘zwaardere activiteiten’ af te bouwen zodat u binnen drie tot vier weken weer zonder kunt.Vanaf drie weken na het ongeluk: steeds meer doenVanaf drie weken na het ongeluk kunt u geleidelijk steeds meer gaan doen, ook al doet dit soms pijn. Bewegen helpt om de balans in uw nek te herstellen. Een goede indeling van uw dag is belangrijk. Bedenk vooraf wat u redelijkerwijs kunt doen op een dag, verdeel deze activiteiten over de gehele dag en neem (korte) perioden van rust. Zodat uw nek afwisselend belast en ontlast wordt. ‘Rust’ voor de nek betekent niet automatisch liggen of zitten. Zitten is bijvoorbeeld zwaarder voor de nek dan wandelen of liggen. Overleg eventueel met uw fysiotherapeut wat voor u het beste is.Praktische adviezen vanaf drie wekenBouw uw activiteiten verder op. Probeer alle activiteiten die u vóór het ongeval deed weer op te pakken. In het begin lijkt dit misschien eng of kan het pijnlijk zijn. Onthoudt u echter dat er niets ‘kapot’ is in uw nek en begin rustig. Ook met de activiteiten waar u bang voor bent. Hoe langer u deze activiteiten vermijdt, hoe meer problemen ze later kunnen geven. Probeer uw werk of aangepast werk te hervatten. Naarmate u langer uw werk verzuimt, wordt het terugkeren moeilijker en wordt de kans op langdurig werkverzuim groter.Naar bovenUrine IncontinentieUrine-incontinentie beter onder controleUrine-incontinentie is goed te behandelenVaak begint het met een ‘klein ongemak’: u verliest zomaar een paar druppels urine. Gewoon als u lacht, iets optilt, tijdens het hoesten of terwijl u aan het sporten bent. Bij een inspanning, klein of groot, is er dan sprake van urine-incontinentie. Inspanningsgebonden urine-incontinentie wordt officieel stress-urine-incontinentie genoemd. Dit is op zich niet heel ernstig, maar vooral erg vervelend. U kunt zich onzeker gaan voelen. Sommige mensen ervaren hierdoor veel beperkingen in hun dagelijkse leven en/of houden op met sporten. En dat is begrijpelijk. Want incontinentie is een onderwerp waarover de meeste mensen uit schaamte niet zo makkelijk praten. Terwijl incontinentie meestal heel goed te behandelen is. Daarom raden we u aan uw incontinentie met uw huisarts of met een fysiotherapeut te bespreken. Want na behandeling kunnen uw klachten afnemen of zelfs verdwijnen.Wat is incontinentie?Incontinentie is het ongewild verlies van urine en/of ontlasting. De meeste mensen met incontinentie hebben last van urine-incontinentie. De hoeveelheid urineverlies kan bij iedereen verschillen: een druppeltje, een scheut, een straal of zelfs een hele plas. Het komt op alle leeftijden voor, hoewel meer ouderen dan jongeren er last van hebben. Er zijn verschillende vormen van urine-incontinentie. We behandelen nu alleen stress-urine-incontinentie bij volwassenen, dat wil zeggen: ongewild urineverlies bij plotselinge drukverhoging in de buik, zoals bij opstaan, bukken, tillen, hoesten, lachen of sporten. Deze vorm van incontinentie komt voornamelijk voor bij vrouwen. Ook mannen kunnen er last van krijgen, maar dan meestal pas op hogere leeftijd en/of na een prostaatprobleem. Een andere vorm is bijvoorbeeld drang (urge) urine-incontinentie, ofwel ongewild urineverlies in samenhang met plotselinge, zeer sterke niet te onderdrukken plasdrang. Op welke manier fysiotherapie waardevol kan zijn voor mensen met stress-urine-incontinentie, leest u hier.Welke oorzaken kunnen een rol spelen bij stress-urine-incontinentie?Volgens een schatting heeft ongeveer 5% van de Nederlandse bevolking last van urine-incontinentie. Sommigen hebben er veel last van, anderen maar weinig. Exacte cijfers zijn niet bekend, maar stress-urine-incontinentie is verreweg de meest voorkomende vorm van incontinentie. Het is géén ziekte. Er zijn verschillende oorzaken mogelijk en in een aantal gevallen ontstaat de incontinentie zelfs zonder duidelijke reden. Vaak is de incontinentie terug te voeren op het niet goed functioneren van de bekkenbodemspieren. Deze spieren onderin het bekken vormen samen de bodem. Ze geven steun aan de blaashals zodat deze gesloten blijft als de blaas zich vult, ook bij plotselinge druk zoals bij hoesten of lachen. Wie gaat plassen ontspant zijn of haar bekkenbodem. Dan gaat de blaashals open en kan de urine wegstromen. Bij iemand met stress-urine-incontinentie werken de bekkenbodemspieren meestal niet goed als het gaat om het ondersteunen van de blaas tijdens buikdrukverhogende momenten. Factoren die van invloed kunnen zijn op het ontstaan van stress-urine-incontinentie zijn onder andere zwangerschap en bevalling. Het kan beïnvloed worden door veel hoesten en zwaar tillen of door de overgang. Ook kan het ontstaan na operaties aan buik, bekken of prostaat. Soms hangt de incontinentie samen met medicijngebruik, gynaecologische aandoeningen of psychische factoren zoals onderdrukte emoties (verdriet, angst of boosheid), spanningen of een zware mentale belasting. Stress-urine-incontinentie is niet alleen afhankelijk van de conditie van de bekkenbodem, maar ook van de houding, de ademhaling, de manier van bewegen en de algemene lichamelijke conditie. Fysiotherapie kan incontinentie verminderen of zelfs verhelpen. In overleg bepaalt u met uw huisarts welke behandeling het meest geschikt is. Is dit fysiotherapie, dan wordt u verwezen naar een fysiotherapeut. Voor specifieke deskundigheid kunt u verwezen worden naar een bekkenfysiotherapeut, die een opleiding heeft gedaan voor het behandelen van deze klachten. De (bekken)fysiotherapeut gaat samen met u op zoek naar de oorzaak van uw urineverlies en stelt met u een behandelplan op. Tijdens uw behandeling en in de advisering en begeleiding door de fysiotherapeut komen aan de orde:Informatie over de (vermoedelijke) oorzaak van uw incontinentie.Een persoonlijk advies m.b.t. ademhaling, houding en beweging, drinken en toiletgedrag. Leren bewust uw bekkenbodemspieren aan te spannen en te ontspannen. Leren bewust buikdruk op te vangen. U kunt met hulp van de fysiotherapeut die daarvoor is opgeleid uw incontinentie verminderen of zelfs verhelpen met oefeningen en door het opvolgen van adviezen. Oefentherapie voor de bekkenbodemspieren in combinatie met advies vormt de basis van de fysiotherapeutische behandeling. Dat blijkt zeer succesvol. Met bekkenbodemtraining wordt gestreefd naar een zo goed mogelijk werkende bekkenbodem. Bij sommigen zal dit nooit helemaal worden bereikt, maar anderen worden relatief snel en eenvoudig weer droog.Blijf trouw uw oefeningen doen!Mensen met urine-incontinentie krijgen meestal individuele therapie. Soms is groepstherapie mogelijk. Het voordeel van groepstherapie is dat u anderen ontmoet met hetzelfde probleem. U kunt elkaar dan stimuleren om de oefeningen te blijven volhouden. Want dat is heel belangrijk. Voor een blijvend succes zult u de aangeleerde oefeningen en vaardigheden trouw moeten blijven doen. Geef ze daarom een vaste plaats in uw dagelijkse leven.Wat kunt u verder verwachten van (bekken)fysiotherapie?Met de oefeningen krijgt u een actieve rol in uw behandeling en kunt u nieuwe problemen helpen voorkomen. U ontwikkelt een beter spiergevoel en gaat bewuster om met het gebied rond uw bekken. Doordat u een beter inzicht krijgt in de oorzaken en gevolgen van uw incontinentie, kunt u er ook beter mee omgaan. En als er een operatie nodig is, heeft u een betere uitgangspositie. Want hoe beter uw conditie, hoe beter u herstelt.Tot slot: is stress-urine-incontinentie te voorkomen?Er zijn een aantal factoren genoemd die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van stress-urine-incontinentie. Niet op al die factoren kunt u zelf invloed uitoefenen. Waar u echter meestal wel zelf voor kunt zorgen is een goede lichamelijke conditie en dat u alle tijd neemt voor toiletbezoek.Naar BovenPijnlijke en stijve gewrichtenLeren leven met pijnlijke en stijve gewrichtenMeer bewegen met minder moeiteUw gewrichten voelen stijf aan. Als u wilt bewegen doet dat pijn. En u heeft moeite met lopen. Dit kan wijzen op artrose, de meest voorkomende gewrichtsaandoening, ook wel ‘gewrichtsslijtage’ genoemd. Artrose kan zich in alle gewrichten voordoen maar komt meestal voor in de heup en de knie. Meestal is artrose geen ernstige aandoening. Als u af en toe pijnlijke, stijve gewrichten hebt, hoeft u zich niet meteen zorgen te maken. Maar als de klachten verergeren, is het goed om dit te bespreken met uw huisarts of fysiotherapeut. Meestal kan hij/zij op basis van de klachten beoordelen of u last heeft van artrose; een röntgenfoto is daarvoor zelden nodig. Als artrose klachten geeft, kan de fysiotherapeut u helpen om weer beter te bewegen. Dit kan hij door u oefeningen te leren, u te begeleiden bij het ontdekken van wat uw lichaam aankan en met adviezen gericht op uw dagelijkse leven.Wat is artrose?Artrose is een aandoening waarbij het gewrichtskraakbeen slechter wordt. Dit kraakbeen zorgt er mede voor dat het gewricht soepel en pijnloos kan bewegen en heeft een schokdempende werking. Bij artrose raakt het gewrichtskraakbeen echter beschadigd, kan zich niet herstellen en zelfs geheel verdwijnen. Het gewricht kan schokken minder goed opvangen en bewegen gaat moeilijker. Door de reactie van het onderliggende bot hierop kunnen problemen ontstaan. Het gewricht kan uitsteeksels vormen, dikker worden en een andere vorm krijgen. Bewegingen worden pijnlijk. Als reactie gaat u minder bewegen wat weer stijfheid en slappe spieren veroorzaakt. Er kunnen ook ontstekingen in de gewrichten ontstaan. Het gewricht wordt dan behalve pijnlijk ook warm en gezwollen.Oorzaak van artroseHoe artrose ontstaat, is niet precies bekend. Het is wel duidelijk dat het afhankelijk is van meerdere factoren. Een belangrijke factor voor het ontstaan van artrose van heup en/of knie is overgewicht. Ook zware belasting van de gewrichten door zwaar lichamelijk werk of intensief sporten kan tot artrose in de heup en/of knie leiden. Soms kan beschadiging van het gewricht door een ongeval aanleiding zijn voor het ontstaan van artrose. Het kan ook ontstaan doordat het gewricht juist heel weinig wordt belast, bijvoorbeeld als u zittend werk doet of deed. Waarschijnlijk speelt aanleg ook een rol. Geschat wordt dat in Nederland ongeveer 500.000 mensen in meer of mindere mate last hebben van artrose van het heup- of kniegewricht. Artrose komt meer voor bij ouderen en meer bij vrouwen dan bij mannen.Wat merkt u van artrose?De invloed van artrose op uw dagelijkse leven hangt af van hoe de aandoening zich ontwikkelt. Dat is bij iedereen anders. Bij artrose van heup en/of knie overheersen meestal de pijnklachten. Andere klachten kunnen zijn ochtendstijfheid, verminderde beweeglijkheid, afname van spierkracht en stabiliteit en een verminderde conditie. Geleidelijk kunnen problemen ontstaan met allerlei activiteiten zoals lopen, traplopen, in en uit de auto stappen, fietsen of schoenen aantrekken. Door toename van artrose kan de pijn verergeren en de beweeglijkheid van het heup- of kniegewricht en de spierkracht verder verminderen. Sommige mensen ondervinden thuis of op hun werk serieuze problemen. In een ernstige vorm van de aandoening kan de stand van de botten veranderen en daardoor de lichaamshouding. Het komt vaak voor dat de pijnklachten verminderen, ondanks een steeds verder afnemende beweeglijkheid en een toenemend verlies van de gewrichtsfunctie.Wat kan fysiotherapie betekenen bij artrose?Voor artrose is geen genezing mogelijk. U moet er letterlijk mee ‘leren leven’. De fysiotherapeut kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Zodat u het gewricht weer normaal of in elk geval zo goed mogelijk kunt gebruiken. U leert om tijdens uw dagelijkse activiteiten op een goede manier met de pijn en de stijfheid om te gaan. Samen met de fysiotherapeut ontdekt u wat uw lichaam aankan. Geleidelijk zal de pijn afnemen of verdwijnen.BehandelplanOm te beginnen zal de fysiotherapeut samen met u uw probleem in kaart brengen en er een behandelplan voor maken. De fysiotherapeut leert u oefeningen om de spieren rondom het ‘probleemgewricht’ te trainen. Ook krijgt u oefeningen om uw conditie te verbeteren. Daarnaast krijgt u advies over wat u zelf kunt doen en welke bewegingen voor u geschikt zijn, en leert u meer over het belang van voldoende bewegen. Ook leert u omgaan met bijvoorbeeld een kruk of een stok als dat voor u nodig is. Gaandeweg bent u in staat beter met de klachten te leven en met vertrouwen te bewegen. Verder kan de fysiotherapeut gebruik maken van andere therapievormen, zoals het oefenen in water om de pijn en stijfheid van de gewrichten te verminderen. U begint meestal met individuele oefentherapie. Soms kunt u vervolgens deelnemen aan groepstherapie. Dit kan prettig zijn omdat u ervaringen kunt uitwisselen. Hier leert u uw houding en bewegingen verder te verbeteren, op zo’n manier dat u er ook in uw dagelijkse leven profijt van heeft.Verstandig blíjven bewegenHet is belangrijk om u goed te realiseren dat u zelf veel kunt doen om uw klachten te verminderen. Het is belangrijk dat u tijdens en na afloop van de therapie actief blijft. Ook al doet het pijn, als u verstandig blijft bewegen heeft dat een positief effect. Het is namelijk gebleken dat hierdoor vaak de pijn en de beperkingen verminderen en de verergering van artrose afneemt.OperatieBij ernstige artrose kan het gewricht vervangen worden door een kunstheup of kunstknie. Als een operatie nodig is, kan de fysiotherapeut u zowel voor als na de operatie ondersteunen. U krijgt informatie over wat u direct na de operatie wel en niet mag doen en hoe u het geopereerde gewricht zo snel mogelijk weer goed kunt gebruiken. Ook leert de fysiotherapeut u goed gebruik te maken van bijvoorbeeld een kruk of een stok bij het lopen.Nog een paar tipsProbeer uw conditie op peil te houden. Het is belangrijk dat u een balans vindt tussen in beweging blijven en rust nemen. Als pijnklachten en stijfheid optreden tijdens of na bewegen, dan moet u het (even) rustiger aan doen. Blijf in beweging en doe dagelijks uw oefeningen. In het algemeen zijn alle bewegingsvormen goed waarbij u veelzijdig beweegt, zoals bijvoorbeeld zwemmen, fietsen en wandelen. Voorkom overgewicht. Vermijd plotselinge/schokkende bewegingen. Vermijd een te zware belasting van de heup/knie zoals bij traplopen, hurken, knielen of kruipen. Pas op met het tillen en sjouwen van zware voorwerpen. Verander regelmatig van houding. Draag schoenen met schokabsorberende zolen. Rust op tijd uit, zeker als de gewrichten warm, gezwollen of pijnlijk zijn. Medicatie Sommige mensen met artrose gebruiken medicijnen tegen de pijn of de ontsteking van het gewricht. Door het onderdrukken van de pijn kunt u makkelijker in beweging komen. En als u meer beweegt, wordt de pijn vaak minder en neemt ook de behoefte aan pijnstillers af. Of medicijnen nodig zijn, verschilt per persoon. Uw huisarts of een medisch specialist kan u hierbij adviseren. De pijnstilling mag ook weer niet te zwaar zijn. Pijn heeft immers ook een functie, namelijk waarschuwen als u het gewricht te zwaar of te veel belast.Naar boven |

